www.raymondverbruggen.nl
Vakantie Ierland 2006

De vakantie begint heel vroeg in de ochtend van zaterdag 22 juli 2006. We staan om 03.00 uur op omdat we om 07.00 uur in Hoek van Holland moeten zijn. Een uur voordat we vertrekken met de snelle catamaran van Stena Line; “ Discovery”. Gelukkig verloopt de reis voorspoedig en we zijn ruim op tijd aanwezig.

Wat een geweldige boot is dit!! Stena Line heeft inmiddels een goede klant aan ons. We zijn immers ook al diverse keren naar Gőtenborg gereisd met de Stena Line.


In het Verenigd Koninkrijk is het een uur vroeger dan in Nederland en we komen dus om 11.00 uur aan in Harwich. Om 11.15 uur zijn we van boord en onderweg naar Holyhead in Wales. Het is nog een behoorlijke reis dwars door Engeland en we overleggen of we de routebeschrijving van “routeplanner” zullen volgen of dat we onze eigen route aanhouden.

We besluiten onze eigen route te volgen. Dat betekent dat we niet de ringweg om Londen nemen (die vierbaans is) maar de tweebaans weg die via Ipswich naar Cambridge, Coventry en vervolgens via Birmingham naar Wales richting Holyhead. We moeten om 17.00 uur aanwezig zijn voor het inchecken. Alles verloopt onderweg prima en we arriveren ruim op tijd.

Dit keer is de boot echter te laat!?! We hangen een beetje rond in de haven en zoeken een goed plekje om de boot te kunnen fotograferen als deze de haven

binnen vaart. Helaas worden we weggestuurd maar Ray kan nog een paar mooie foto's maken van een achteruit binnenvarende Stena Line “Explorer”. De “Explorer” is eveneens een catamaran, toch zijn er enkele verschillen die Wouter al snel weet te benoemen.

In de shop van de “Explorer” verheugen we ons al op Ierland. In de shop zijn allerlei leuke Ierse dingetjes te koop. Onder andere een hele verzameling “Guiness” artikelen. Bij aankomst in Ierland om ongeveer 21.15 uur is het prachtig weer en nog behoorlijk licht buiten.

We moeten nog een heel eind rijden en om ongeveer 23.00 uur zijn we in Abbeylara. Het huis dat we hebben gehuurd ligt even buiten Abbeylara. Bij het eerste landhuis dat we tegenkomen roep ik vermoeid: “dit moet het zijn” en spring uit de auto om het hek open te doen en ook weer te sluiten nadat we binnengereden zijn. Als we het huis naderen blijkt dit het verkeerde huis te zijn. Oeps, gauw weer wegwezen dus. Volgende huis (buren) blijkt het huis te zijn dat we hebben gehuurd. Na een zoektocht met het zaklantaarntje naar de sleutel van het huis, kunnen we eindelijk onze spullen naar binnen brengen.

De volgende dag slapen we lekker uit. Het was gisteren immers erg laat geworden. Onze eerste dag in Ierland is vooral relaxed de boel uitpakken en de omgeving bekijken.


Maandag 24 juli gaan we naar Tullynally Castle. Het gebouw dat is versierd met talrijke torentjes en kantelen is een van de grootste kastelen van Ierland. De 17e eeuwse burchttoren was enigszins Georgian van stijl, maar daar is na de neogotische verbouwingen niet veel van over. De familie Pakenham woont al sinds 1655 in Tullynally Castle. Thomas Pakenham de zoon van de huidige graaf van Longford, beheert het landgoed.

Bij aankomst op de binnenplaats van het kasteel is het lekker warm, er zijn allerlei potten vol prachtige bloemen. Het duurt niet lang of er komen wespen op ons af. Guess who's lucky enough to get stunged twice?

Helaas konden we het kasteel niet van binnen bezichtigen. Dit wordt alleen nog sporadisch toegestaan aan groepen. Wel hebben we de prachtige tuinen en de buitenkant van het kasteel bezichtigd.

Na ons bezoek hebben we een heerlijke tea gedronken met homebacked cake.

Na dit bezoek rijden we door naar Fore Abbey. De ruines van Fore Abbey liggen in een schitterend heuvelachtig landschap ongeveer 8 km ten oosten van Tullynally Castle.

St. Fechin stichtte hier in 630 een klooster, maar de overblijfselen die men nu ziet, zijn afkomstig van een groter benedictijner priorij die omstreeks 1200 werd gesticht.

Aan het begin van de avond keren we terug naar Abbeylara. Aan het begin van dit plaatsje staat eveneens een ruine; Cistercain Abbey genoemd. Omdat er verder geen uitleg gegeven wordt bij de ruine, gaan wij ervan uit dat dit overblijfselen zijn van een cisterciënzer klooster.

Dinsdagochtend 25 juli is wederom een stralende dag. In eerste instantie hadden we gezegd dat we vroeg zouden opstaan als we naar de Cliffs of Moher zouden gaan. Dit heeft alles te maken met de lange reis ernaartoe. Ondanks het feit dat we niet heel erg vroeg zijn besluiten we toch de reis naar de Cliffs of Moher te maken. Het is nu immers prachtig weer. De reis blijkt een behoorlijke afstand te zijn en als we dichtbij komen slaat het weer om. Er komen donkere wolken.... Dit was niet de bedoeling. We besluiten eerst een hapje te gaan eten in Lahinch.

Een kustplaatsje in de buurt van de Cliffs. Nadat we een bezoek hebben gebracht aan de Celtic shop (leuk T-shirt gekocht) gaan we een hapje eten bij “ Shamrock Inn Restaurant”.

De maaltijd is heerlijk en we vervolgen de reis door de laatste kilometers af te leggen naar de bezienswaardige kliffen. Inmiddels motregent het. Jammer, jammer. We lopen het pad op naar de Cliffs en het wordt gelukkig droog.

Er blijkt dit jaar een grote verbouwing plaats te vinden naar de Cliffs. Het is niet meer mogelijk om op eigen gelegenheid langs de kliffen te lopen. Er is een pad aangelegd waardoor je helaas niet direct langs de kliffen kunt lopen. Het pad is afgebakend met grote, hoge stenen. Als je klein bent (zoals Wouter) is het lastig om daaroverheen te kijken.

Ondanks deze kleine tegenslag is het een prachtig gezicht deze kliffen. We lopen een eindje door waar het aangelegde pad ophoudt en kunnen nu toch heel dicht bij de rand komen.

Spannend hoor. Nadat we een aantal mooie foto's hebben kunnen maken, lopen we terug naar de toeristeninfo waar een leuke shop bij is. Daar bekijken we de souvenirs en nemen een doosje fudge op basis van whiskey mee. We hebben geen flauw idee wat het is maar willen het graag eens proberen. Fudge blijkt een soort zachte caramelachtig snoepje te zijn. Eerlijk, heerlijk.

Op de weg terug naar Abbeylara willen we nog een aantal bezienswaardigheden bezoeken en bekijken. Zo gaan we eerst richting Doolin. Hier is één van Ierlands meest beroemde pubs gevestigd “Gus O`Connor`s”.

De familie O`Connor heeft sinds 1655 deze pub. De pub is beroemd vanwege de live optredens van vele Ierse folkmuzikanten. Omdat wij `s middags aankomen is er nog geen live muziek. We drinken een kop koffie en gaan de pier even bekijken.

Onderweg zijn we nog een mooie kasteeltoren tegengekomen en ruϊnes van een klooster Kilmacduagh. Dit klooster werd gesticht door st. Colman Mac Daagh in de 7e eeuw. Heel bijzonder om deze overblijfselen zo tegen de zonsondergang te zien.

Het wordt nu te donker om nog te fotograferen. We rijden zo snel mogelijk naar huis.

De volgende ochtend verloopt enigszins verrassend. De eigenaar van het landhuis zou gedurende ons verblijf niet aanwezig zijn. Kennelijk heeft er een verandering in zijn plannen plaatsgevonden want hij blijkt die nacht te zijn gearriveerd. We hebben een kort kennismakingsgesprek en hij geeft ons een aantal tips. Onder andere de pub waar het beste Guiness van de omgeving geschonken wordt. Zeer waardevolle informatie. Deze pub blijkt in Collinstown, een stadje enige kilometers verderop, te zijn. Om deze informatie te verifiëren moeten we toch onderzoek doen....

Zo gezegd, zo gedaan. We gaan eerst naar Castlepollard, volgens onze informatie blijkt hier de beste bakker van de omgeving te zijn (na grondig onderzoek van de homebacked appletart en het brood zijn wij het hiermee eens), daarna rijden we naar Collinstown om ons persoonlijk te overtuigen van de beweringen van onze “landlord”.

Vanwege het warme weer zoeken we het dichtstbijzijnde meer op om een duik te nemen

in Lough Lene. Na deze verfrissing nemen we een toeristische route om uiteindelijk weer bij ons huis terug te komen.

We zijn op deze route opmerkelijke bezienswaardigheden tegengekomen. Zo zagen we bijvoorbeeld een restant van een Opera-iets

Ook kwamen we bij toeval op het spoor van een grafheuvel. Dit Neolitische graf is vermoedelijk gebouwd door Ierland's eerste boeren. Het graf dateert van 3000 voor Christus. Gezien de wijze waarop de begraafplaats gesitueerd is lijkt het onwaarschijnlijk dat dit alleen een grafheuvel is geweest. Gezien de abstracte inkervingen in de vele stenen en de wijze waarop de tombes naar de zon en andere hemellichamen wijzen doet vermoeden dat dit een rituele plek geweest moet zijn. De benaming van de heuvel “the hill of the Witch” staaft dit vermoeden. Een andere naam voor de begraafplaats is “Loughcrew passage tombs”.

Op het moment dat wij bovenop de grafheuvel zijn horen we getrommel. Er blijken een aantal mensen door middel van authentieke instrumenten muziek te maken bij de ingang van een ander graf, een soort kuil met allerlei stenen. Het is dan zonsondergang en prachtig weer. Deze ambiance maakt het bezoek aan deze grafheuvel voor mij persoonlijk een bijzonder spirituele beleving. Dit is echt genieten, zomaar zo'n prachtige plek op zo'n geweldig moment te ontdekken!


Het is inmiddels donderdag 27 juli en de bedoeling is dat we vandaag “Trim Castle” gaan bekijken. “Trim Castle” is als decor gebruikt voor vele opnames van de film “Braveheart”. Deze informatie geeft een bezoek aan dit kasteel een extra dimensie. In Schotland hebben we immers het monument van “Braveheart” bezocht en wij hebben een heel speciaal gevoel bij deze film en haar symboliek. “Trim Castle” blijkt een enorm monument te zijn. We kiezen voor een bezoek met een gids om zoveel mogelijk informatie te kunnen krijgen over dit geweldige kasteel. Het kasteel werd in de 12e eeuw door de Normanische ridder Hugh de Lacy gebouwd. Het heeft vele verbouwingen ondergaan alvorens het is geworden wat er nu van overgebleven is.

Het kasteel is sinds ongeveer 1700 niet meer bewoond geweest en men heeft het laten overwoekeren door planten. In de jaren 70 van de vorige eeuw heeft het de status van monument gekregen en is men aan de restauratie en instandhouding van dit monument gaan werken. Aan de overzijde van het kasteel staat de ruïne “Yellow Steeple”. Dit is de klokkentoren van de abdij van St. Mary's. De ruïne verkeert nog in dezelfde staat als Cromwell haar in 1633 na een enorme verwoesting heeft achtergelaten.

Nadat we een hapje hebben gegeten en de “Yellow Steeple” hebben bekeken gaan we onze weg vervolgen om de “Hill of Tara” te bekijken. Tara is en oord van mythisch belang. Het was hèt politieke en spirituele centrum van het Keltische Ierland en tot de 11e eeuw de zetel van de High King. Aan de almacht van Tara kwam een einde door de verbreiding van het Christendom. Er zijn restanten van de forten uit de Ijzertijd en een ganggraf uit het Stenen Tijdperk. In het midden is Cormac's house met de steen van het lot, een oud vruchtbaarheidssymbool.


Vrijdag 28 juli nemen we een relaxdagje. Heerlijk lezen en een beetje aanrommelen. Wouter zit lekker te spelen en we ruimen vast een beetje op voor de volgende morgen. Dan gaan we naar Zuid Ierland. Onderweg zullen we langs Clonmacnoise komen, een oud klooster dat we willen bezichtigen. We nemen afscheid van Harry in de warrie (de eigenaar, onze landlord) en drinken samen met hem een glaasje Ierse Whiskey.

Als we de volgende ochtend vertrekken is het miezerig weer. Niet dat we het erg vinden want we zijn toch onderweg. Bij Clonmacnoise is het ondanks het slechte weer hartstikke druk. Clonmacnoise is een middeleeuws klooster aan de rivier de Shannon en werd in 545-548 gesticht door st. Ciaran. Clonmacnoise lag op een kruispunt dat in de Middeleeuwen alle delen van Ierland met elkaar verbond. Het klooster stond tussen de 7e en 12e eeuw in hoog aanzien wat betreft wetenschap en vroomheid. Vele koningen van Tara en Connaught liggen hier begraven. In 1552 viel het in handen van de Engelsen. Nu staan er nog enkele stenen kerken, een kathedraal, twee Round Towers en drie High Crosses.

Om hier rond te lopen is enorm indrukwekkend. Deze plek is meer dan 1500 jaar een heilige plaats. Zelfs Paus Paulus de II heeft deze plaats bezocht en de mis opgedragen. Erg mooi.


We zullen waarschijnlijk later dan 17.00 uur aankomen en daarom gaan we bellen met onze “landlady”, ze heet Joan en vindt het geen enkel probleem dat we later zullen komen dan verwacht. Als we in Kenmare aankomen moeten we haar bellen en dan zal ze ons ophalen uit het centrum omdat het nogal lastig is haar huis te vinden. We komen door Killarney dat overspoeld is met Longford en Kerry fans. De finalewedstrijd van het Gaelic voetbalevenement blijkt zojuist te zijn afgelopen. Dit tafereel verloopt zeer geordend en aan de gezichten van de fans is niet af te lezen wie de winnaar is. Iedereen is vrolijk en vriendelijk tegen elkaar. Ongekend! Als er een voetbalwedstrijd tussen Ajax en Feijenoord zou zijn geweest is zonder enige twijfel te zien wie de winnaar is, die fans zijn vol bravoure en blij. En wie de verliezer is, die fans trappen de hele boel kort en klein. Heel bijzonder om dit te zien. Het betekent wel dat we stapvoets door Killarey moeten rijden maar dat maakt de reis niet minder boeiend.

Voordat we in Kenmare aan zullen komen gaan we via een bergroute/pas door Killarney National Park. In een woord; adembenemend! Ongeveer halverwege komen we bij een soort parkeerplaats met pub en winkel “Ladies View” genaamd. Ladies View dankt zijn naam aan de hofdames van koningin Victoria, die deze plek in 1861 bezochten en er erg verrukt over waren. Vanuit Ladies View kun je het Upper Lake, Long Range, Muckross Lake, Dinis Island, Lough Lake en Innisfallen Island zien.

Een geweldig uitkijkpunt. Het winkeltje heeft enkele authentieke Ierse souvenirs, zoals gebreide vesten, kant en fudge. Maar ook allerlei Guinness artikelen en last but not least: een weergave van een leprechaun. Ook is er een authentieke leprechauncrossing buiten de winkel.

We stoppen even om foto's te maken en dan vervolgen we de reis waarbij we onderweg voortdurend ooohs en aaahs uitbrengen. Dit deel van Ierland is een stuk ruiger en woester dan de Midlands. We komen in Kenmare aan en onze telefoons blijken op dat moment beiden geen bereik te hebben. Als we een dame bij de kerk vragen of ze Joan Brown kent worden we verwezen naar Quilts, een grote winkel in het centrum. De dame achter de toonbank belt voor ons het nummer en binnen vijf minuten verschijnt Joan in haar rode Ford Fiesta om ons naar het “Little House” te begeleiden.

Joan heeft een hoog “o, dear” gehalte en het little house is overladen met kussentje, beeldjes en protserige tiffany lampjes, heel schattig. Op ons bed ligt een quilt en een soort van gestikte deken die als dekbed dient. Tevens zijn overal bloemenmotieven; op de lakens, de gordijnen en de kussens, how lovely. Ook heeft ze zelf brood voor ons gebakken. Dit brood is heerlijk, de smaak lijkt een beetje op cake en op brood, super! Geef mij maar elke dag dit brood!

Zondag nemen we een rustdag, het regent en dat maakt de rustdag extra fijn. We lezen een beetje en kijken een film, heerlijk aanklungelen.

Maandag gaan we de ring of Beara rijden. Het is volgens Joan een must. Het mooie aan de ring of Beara is dat er geen bussen kunnen rijden omdat de wegen te smal zijn. De uitzichten moeten geweldig zijn en we passeren enkele bezienswaardige dorpjes. Joan heeft voor ons een foldertje waarop een aantal plaatsen staan die we kunnen bekijken. Het is wel een schat hoor!

Als we de ring of Beara oprijden zien we meteen een keur aan bloemen, bomen en planten. Wat mij persoonlijk opvalt is dat hier veel bloemen voorkomen die je in Zuid Frankrijk of langs de Middellandse zee zou verwachten. Prachtig fel oranje, paars en gele bloemen te kust en te keur. Ook zie je hier fuchsia gewoon als struik langs de weg. Heel erg mooi. Ierland is met recht “Het groene eiland” Je raakt hier niet uitgekeken. Zodra de weg langs de zee (Atlantische Oceaan) loopt, zoeken we een parkeerplaats om even te gaan kijken.

Wouter vindt meteen prachtige schelpen (waaronder knal oranje slakkenhuisjes). We zien mensen in kano's en veel wandelaars. Op de route komen we een bordje “megalithic graves” tegen. Deze staat niet op het kaartje en ook niet in ons boekje. We gaan erop af. Maar zoals alles in Ierland aangegeven wordt (zeer vaag en over het algemeen 1 keer) is ook hier de bewegwijzering slecht. Na veel gezoek vinden we (natuurlijk in the middle of nowhere) de “stone circle”. De meeste bezienswaardigheden in Ierland zijn omgeven door schapen echter in dit geval zijn er koeien en kalfjes bij deze nog zeer mooie “stone circle”.

Als we verder rijden komen we door Ardgroom. Hier zijn vele mosselkwekerijen. Ook kan men van hieruit de door gletsjers gevormde vallei rond Glenbeg Lough verkennen.

Het weer wordt niet mooier. Eerst was het bewolkt maar het begint nu een beetje te regenen. Volgens de kaart van Joan komen we nu snel bij een Ogham stone. Die willen we in ieder geval gaan bekijken. Ogham is het oudste Ierse schrift. De inkepingen komen overeen met Romeinse letters als een soort morse. “The Ballycrovane Ogham Stone” is de grootste en hoogste van Europa. Hij dateert tussen 700-800 voor Christus. De steen is 5,3 meter hoog en er staat een Ogham inscriptie in de hoek waarop te lezen is: MAQI – DECCEDDAS TURANIAS (van de zoon van Deich descendant of Torainn).

Het doel van deze staande stenen is evenals stenen cirkels enigmatic. Soms wordt gesuggereerd dat zij begraafplaatsen markeren en ook wordt gesuggereerd dat zij als markering langs prehistorische paden hebben gediend. ”The Ballycrovane Standing Stone” is wellicht opgericht om één van de meest westelijke punten van Ierland te markeren (aldus de beschrijving). Als wij de steen bezichtigen is de “shower” (in Nederland regenbui) behoorlijk heftig. Dat kan voor ons de pret niet drukken.

We vervolgen de weg (ring) en komen via een historisch kerkje met begraafplaats in Eyeries terecht. Eyeries is bekend om zijn vrolijk geverfde cottages en kunstnijverheid.

De trek begint te knagen en we zoeken een grotere plaats op. In de kleine vissersdorpjes is geen mogelijkheid om te pinnen. Volgens een dame in Eyeries kunnen we in Castletownbeara pinnen. Castletownbeara is de grootste plaats van het schiereiland en wordt omringd door de Caha Mountains en de Slieve Miskish. Mountains. De beschutte haven van het stadje was vroeger een smokkelaarshaven. Nadat we hier een heerlijke kop koffie met eigengemaakte taart hebben genuttigd gaan we via Puxley Mansion (dat volledig in de steigers staat) verder richting Dursey Island. Helaas is Puxley Mansion niet het fotograferen waard vanwege de restauratie maar in het meer tegenover The Mansion ligt een wrak. Daar dit zeer tot de verbeelding van Wouter spreekt maken we een foto.

Op de punt van het schiereiland Beara is een kabelbaan naar Dursey Island waar kolonies zeevogels nestelen. Vanuit de kabelbaan is en mooi uitzicht over Bull, Cow en Calf Island. De kabelbaan mag maximaal 3 mensen en een koe vervoeren. Omdat het al wat laat op de middag is besluiten we niet met de kabelbaan te gaan maar de punt van het schiereiland te verkennen en te fotograferen. Spectaculaire golven beuken tegen de zwarte rotsen op de punt.

We moeten nog een kleine lus van de ring rijden voordat we alles hebben gezien. De lus voert ons langs Allihies, tot de jaren 30 van de vorige eeuw was dit het centrum van de koperwinning. Nu is het een redelijk verlaten gebied. We gaan nog een hapje eten in Castletownbeara en daarna keren we huiswaarts. Onderweg springt er een ree voor de auto. Ray stopt en claxonneert waarna de hinde langzaam oversteekt. Heel bijzonder...

Dinsdagochtend 1 augustus begint heel verdrietig. Gisteren hebben we via smsjes van Saskia bericht gekregen dat Snuffie heel erg ziek was geworden en uiteindelijk is overleden. We besluiten dit nare bericht niet aan Wouter te vertellen voordat hij gaat slapen en te wachten tot de volgende ochtend. Nu dus. Wouter is verschrikkelijk verdrietig en huilt wel een uur lang. Het breekt je hart om te zien dat hij zo'n verdriet heeft. Hij zegt dan ook dat dit het ergste is dat hem ooit is overkomen.

We gaan vandaag de pier van Kenmare op en schelpen zoeken. Ook zou er in het bos van Kenmare een “stone circle” van druïden moeten zijn. Er wordt zelfs beweerd dat hier mensenoffers zijn gebracht.

Als we de pier en het gebied eromheen aan een grondig onderzoek onderwerpen blijkt dat hier (op een paar verdwaalde mosselen na) geen schelpen te vinden zijn. Het wordt behoorlijk warm en we wandelen richting Kenmare via een pad door de weilanden. Als we bijna bij Kenmare zijn wordt er door middel van een bordje “stone circle” aangegeven. Inderdaad, dit is weer een hele andere stone circle. De stenen zijn rond en staan niet rechtop en in het midden ligt een steen op drie andere stenen. Heel apart.

In het toeristencentrum van Kenmare is een soort van museumpje gewijd aan dit verschijnsel. Druïden werden beschouwd als zeer wijze mannen (in tegenstelling tot Panoramix uit Asterix en Obelix) Zij werden gezien als genezers. In deze context werden mensen door hen geofferd. Dit waren vaak misdadigers. De “stone circle” uit Kenmare is de grootste uit Ierland en dateert uit het Bronzen Tijdperk.

In de toeristenwinkel zijn ook vele hebbedingetjes en leuke kaarten. We gaan verder het stadje bekijken en ansichtkaarten kopen. Bij Coachmen's nemen we een lunch. Als we naar huis gaan is het postkantoor dicht. Dan gaan we morgen maar postzegels kopen.

Als we (na lang uitslapen en knuffelen) willen bespreken wat we vandaag gaan doen heeft Wouter nog maar 7 keer gezegd dat hij schelpen wil zoeken. Misschien een idee om een stukje de ring of Kerry op te rijden. Deze loopt op een aantal plekken langs de zee en dan kan Wouter (alleen als hij het echt wil) schelpen zoeken. Zo gezegd, zo gedaan. Eerst even postzegels kopen en dan rijden we de ring of Kerry op.

In de eerste bocht is het verschil met de ring of Beara duidelijk. Grote bussen komen ons tegemoet.

We nemen een leuk weggetje naar links dat naar de zee leidt. Oysterbay heet het. Inderdaad leidt het naar de zee, echter het is een pier die in een baai uitkomt. Geen schelpen dus. Wel mooie kwallen en mooie boten.

 

a b c

Als we de weg vervolgen zien we een dode otter op de weg. Het is wel een vreemde gewaarwording om hele andere dode dieren tegen te komen als in Nederland. Zo hebben we ook al een aantal dode dassen en vossen gezien. Afgrijselijk!

Een eind verderop is het stadje Sneem. Een schilderachtig dorpje. We gaan een ijsje eten, foto's maken en even winkelen (ik dus).

In Sneem wordt “strand” 12 km aangegeven. We zijn benieuwd! De omrekening van mijlen in kilometers is volgens onze filosofie niet helemaal tot een goed resultaat gekomen.

Maar toch, uiteindelijk vinden we een schitterend strand en Wouter kan schelpen gaan zoeken....

We gaan de rotsen beklimmen en Ray besluit zover mogelijk de rotsen richting zee te beklimmen om te fotograferen.

Als we (een paar uur later) teruglopen naar het strand blijkt de vloed te zijn opgekomen. We moeten een stukje door het water lopen. Wouter en Ray hebben geen waterdichte schoenen is de conclusie....


Donderdag 3 augustus gaan we naar Muckross via Ladies View. Het weer is nu veel mooier als toen we aankwamen in Kenmare dus gaan we een heleboel uitzichten, meren en watervalletjes met leuke bruggetjes fotograferen.

Ook zijn er leuke dingetjes in het winkeltje bij Ladies View die we niet hebben gevonden in Kenmare zoals een natuurgetrouwe leprechaun.

In de middag komen we aan in het National Park “ Lakes of Killarney”. Het is behoorlijk warm.

Vanuit de parkeerplaats is het een wandeling van ongeveer 2 km naar Muckross Mansion en het verderop gelegen open lucht museum. De wandeling voert ons door een prachtig park met eeuwenoude bomen.

Ook is er een rotstuin met vlinderstruiken. We zien dagpauwoogjes, atalanta's en zilveren manen.

Na (alweer) lekkere taart met koffie en thee gaan we naar het open lucht museum.

Hier komen we veel te weten over het leven in het begin tot het midden van de vorige eeuw in landelijk Ierland.

Aan het eind van de middag (na een geruime tijd rondgeslenterd te hebben) is 2 km toch langer dan aan het begin van de middag.

Op de heenweg hadden we enkele mooie zwem en picknickplekjes gezien. We zoeken een leuk plekje uit en Wouter en Ray gaan daar even “zwemmen”.

Onderweg besluiten we in Kenmare nog een paar kleine dingetjes te kopen. Echte souvenirs zijn aan ons niet besteed (kant en gebreide vesten), dus we gaan voor onszelf een paar ludieke T-shirts kopen.

Tijdens het winkelen ruiken we de heerlijke geuren uit de keukens van diverse pubs en we besluiten een hapje te eten in Kenmare.

Na een heerlijke maaltijd lopen we richting auto en horen bij de pub van Coachmen's live muziek. Dit is een van de weinige dingen die op ons lijstje stonden waar we nog niet aan toe zijn gekomen. Tja het is een zwaar programma... Dan toch maar weer de pub in (heel vervelend).

Heel laat komen we thuis en we gaan lekker slapen.


Vrijdag doen we alles heel relaxed. We pakken de boel een beetje in, lezen een beetje en kijken een filmpje. Morgenochtend vertrekken we om 03.45 uur richting Rosslare.

Wouter vindt het schitterend om in het donker te rijden over die kleine weggetjes. Aan de rand van de weg en in het midden zijn de zogenoemde “kattenogen” geplaatst waardoor het net lijkt alsof we op een landingsbaan rijden. Als we richting Cork komen wordt de weg steeds groter en wordt het buiten steeds lichter. Wat opvalt is dat na Cork het landschap ook weer anders wordt. Het wordt minder ruig en glooiender. Ierland is een schitterend land. Veel te zien en mooie plekjes. Twee weken is veel en veel en veel te kort om alle mooie dingen te zien. We moeten misschien nog een keer terug, heel naar maar het is niet anders.....

We zijn ruim op tijd in Rosslare en mogen als één van de eersten aan boord van de “Stena Europe”. Dat is hartstikke gaaf want zo kunnen we zien hoe de boot beladen wordt en heeft Wouter een mooi plekje aan dek waar hij het uitvaren volledig kan volgen. Als we een klein stukje uit de haven zijn zie ik een zwarte vin en een stuk van een rug. Ik roep Ray en Wouter maar helaas zien we het niet meer terug. Als we even later in de shop aan boord zijn wordt er omgeroepen dat er aan stuurboord dolfijnen zijn. Wouter en ik zien een groep dolfijnen het schip passeren. Wauw!

We komen om ongeveer 13.00 uur van boord in Fishguard en de zon schijnt! Wales here we come!

We besluiten door te rijden tot achter Swansea en daar in de buurt iets te zoeken.

Volgens het Marco Polo boekje is Barry een mooi toeristisch plaatsje met een schitterend strand. Dus, wij rijden richting Barry. Nou toeristisch is het inderdaad. Het heeft een hoog “Zandvoortgehalte” en is dus totaal ongeschikt voor ons.

Wij rijden naar Cowbridge om te zien of het toeristencentrum aldaar open is. Helaas is het gesloten maar voor de deur staat een plattegrond van dit gebied met daarop adressen van cottages in de buurt. Wij bellen een adres dat dicht in de buurt ligt en daar blijkt nog een cottage vrij te zijn. Het is gelegen op het grondgebied van de eigenaar bij de schapenfarm. Lijkt ons goed.

Als we aankomen om te gaan kijken zijn we direct verkocht. Het is een geweldig leuk huisje, heel schoon en mooi ingericht. Lekker op ons zelf, zo willen we het graag.

Het is zondag en we nemen vandaag een lekker rustdagje. Het weer is schitterend en we zitten lekker buiten te lezen. Wouter en Ray schommelen nog even en spelen met de bal en de frisbee.

Even lekker bijkomen van gisteren en kijken wat we hier nog willen zien in Wales. We hebben gisteren nog even een praatje gemaakt met Jill over de bezienswaardigheden in de omgeving. Ze heeft veel folders over van alles en nog wat. Ze adviseert om naar het open lucht museum te gaan. Ook omdat het gratis is geworden enige jaren geleden. Ook Cardiff is volgens haar erg mooi. Enfin, we kijken wel eens wat we gaan doen.

Toen we naar Barry reden zijn we langs het “Welsh Hawking Centre” gekomen. In ons boekje staat dat hier meer dan 200 verschillende soorten roofvogels zijn. Daar willen we in ieder geval een bezoek aan wagen. Maar vandaag doen we het rustig aan.

We hebben lekker uitgeslapen en vandaag gaan we inderdaad naar het “Welsh Hawking Centre” Alledrie willen we hier graag een kijkje nemen.

Daar aangekomen loop je na de entree bijna letterlijk tegen een kalkoengier aan. Die zit direct na binnenkomst in een kooi. Als we verder lopen komen we langs diverse valken en een Oehoe. Deze vogels zitten niet in een kooi, geweldig gewoon om zo dicht langs deze mooie vogels te lopen. Buiten zijn diverse kooien maar er zitten ook een aantal vogels op een soort stok. Hier is o.a. Een Harris Hawk bij. Dit is een echte versierder. Hij volgt ons met zijn ogen en legt z'n koppie helemaal in zijn nek. Een echte flirt! Ook zijn hier diverse hybriden en slechtvalken. Vele soorten uilen, buizerds, gieren en zelfs een bateleur en een steppearend. Geweldig!!!

Wouter heeft vooral ook intresse in de konijntjes en cavia's. Helaas zijn de konijntjes erg schichtig en je mag ze ook niet aaien volgens de bordjes.

's Middags om 14.00 uur is er een roofvogelshow. Jozef, de valkenier gaat met drie verschillende vogels werken. Hij begint met een Oehoe die “Echo” heet. Tijdens de show geeft hij uitleg over de vogel en zijn leefgewoonten. Ondertussen vliegt Echo rakelings over ons hoofd en raakt hij met zijn enorme klauwen zelfs het haar van een oudere heer. Ook verteld Jozef over het verenkleed van de uil. Naderhand mag iedereen de vogel aaien.

De veren van deze enorme uil zijn zijdezacht. De volgende vogel waarmee hij gaat werken is de Harris Hawk, die naar de naam “Dave” luistert. Hij geeft de vogels stukjes kuiken als ze de oefening goed doen en hij verteld dat we aan het eind van de show met Dave kunnen zien dat hij zijn krop zo dik zal hebben als een kleine tennisbal.

Iedereen mag Dave even op de handschoen houden. Het is een hele lichte vogel. Jozef verteld dat bij de roofvogels de vrouwtjes wel 1,5 keer groter en zwaarder zijn als de mannetjes. Dit heeft te maken met het feit dat zij broeden.

De laatste vogel uit de show is een trybride slechtvalk “Leo”. Deze vogel mag echt vliegen. Hij vliegt dan ook meteen de lucht in en het park in. Als Jozef fluit en met de loer draait komt hij met een enorme snelheid aangevlogen. Deze show had voor mij nog veel langer mogen duren. Prachtig om te zien hoe de vogel uiteindelijk de loer vangt en zijn beloning krijgt.

Ray en ik praten nog een hele tijd na met Jozef over de valkerij in Nederland en Jozef vroeg of wij ook valkeniers kennen. Doordat we nog een hele tijd napraten kan Ray enkele prachtige foto's van dit magnifieke dier maken.

Na ons bezoek aan het roofvogelcentrum gaan we de omgeving bekijken en in Cowbridge een kopje koffie met gebak nemen. Lekker hoor!


In Wales is zo verschrikkelijk veel te doen en te zien dat het gewoon moeilijk is om een keuze te maken. Onze keuze vandaag is gevallen op Caerphilly Castle. Het ligt redelijk in de buurt en volgens de beschrijving moet het een geweldig kasteel zijn. De rit ernaartoe is alweer heel mooi. Wales is zeer heuvelachtig en heeft veel mooie, oude gebouwen en kleine dorpjes waar we doorheen komen of langs rijden. Verder blijft het Welsh als taal ons verwonderen. Onder iedere plaatsnaam die in het Engels genoemd staat is eveneens de vertaling in het Welsh te lezen. De mensen die deze taal spreken hebben op z'n minst allemaal een gekneusde tong! Hoe kun je een woord uitspreken dat uit 11 letters bestaat en waarvan er ongeveer 9 medeklinkers zijn? Het blijft leuk.

Caerphilly Castle ziet er vanuit de verte al zeer indrukwekkend uit. We kunnen de auto dichtbij het kasteel parkeren en daar is eveneens de toeristeninfo. Het weer is alweer prachtig! We lopen naar het kasteel en gaan door de eeuwenoude poort naar binnen.

Caerphilly Castle is in 1200 gebouwd door .... Het kasteel is grotendeels nog in tact. De zuidelijke toren is weggezakt en hangt daardoor scheef (zelfs nog meer uit het lood dan de toren van Pisa). De oorzaak hiervan is niet oorlogsgeweld of oudheid maar heeft te maken met de bodem waarop het kasteel gebouwd is.

In een andere toren is een tentoonstelling over de bouw en de historie van het kasteel. Ook is er een film over het maken van middeleeuwse wapens te zien. Deze wapens zijn volgens oude tekeningen nagebouwd en uitgeprobeerd. Helemaal van hout en touw. In sommige gevallen werden de touwen vervangen door vrouwenhaar, zo wil de overlevering. De wapens staan opgesteld op de eerste binnenring van het kasteel. Als je deze binnenring gepasseerd bent kom je bij het eigenlijke kasteel.

Weer met een gracht en een poort. Als je door de poort bent kom je op een binnenplaats. Links was ooit het keukengedeelte. Dit is niet meer te zien (hier zijn nu toiletten gebouwd), vervolgens kom je bij de grote hal. Een soort van ridderzaal waar wapenschilden aan de wand hangen en waar volgens de beschrijving de gasten werden ontvangen. Erg mooi allemaal.

Alles is nog goed in tact en in een van de noordelijke torens is wederom een tentoonstelling. Deze is meer gewijd aan de omgeving van het kasteel en wat er zich daar door de eeuwen heen heeft afgespeeld. Op de tweede verdieping van deze toren is nog goed te zien dat dit een vertrek was van een van de bewoners. De haard is gerestaureerd en je kunt nog zien waar de w.c. Is geweest.

Van buitenaf kun je op de houten etage komen waar vanuit de vijanden eveneens bekogeld konden worden.

We kopen in het kasteelwinkeltje wat cakejes en eten die op het grasveld van de binnenplaats op, heerlijk in het zonnetje.

Later die middag lopen we nog helemaal om het kasteel en kijken we nog even rond in het stadje..


Woensdag alweer! We hebben de boel ingepakt en vertrekken richting Oxford. Ook hier willen we het een en ander gaan bekijken. In ieder geval een paar colleges als het lukt.

De reis verloopt voorspoedig en we zijn om 13.30 uur in Oxford. Ondanks de waarschuwingen langs de autoweg om P+R te doen, kunnen wij toch dicht in het centrum een goede parkeerplaats vinden. Het is hooguit een paar minuutjes wandelen en we staan midden in Oxford. En dan wordt het moeilijk, waar moet je het eerst kijken. Oxford is een groot monument. We lopen langs een paar gebouwen en zien Blackwell's, Oxford's oudste boekwinkel. Vier verdiepingen boeken. Raymond en ik zijn direct verkocht. Laat ons hier maar een week zitten. Prachtig wat een diversiteit aan boeken. Niet alleen medisch of geschiedenis heeft een afdeling maar ook deeltjesfysica! Raymond gaat helemaal uit z'n dak. Ook Wouter weet zich geweldig te vermaken in deze boekwinkel. Ray gaat voor de zekerheid even een beetje meer geld in de parkeermeter gooien. We eten een hapje en gaan verder op onderzoek uit in de stad. Je kunt geen stap zetten zonder van de ene verbazing in de andere te vallen. Prachtige gebouwen, kerken, bibliotheek, camera (een rond gebouw) en nog veel meer. Oxford is prachtig is ook onze conclusie.

Een schitterend decor voor Morse. Om 17.30 uur moeten we Oxford verlaten. We moeten immers naar Harwich. We hebben niets geboekt dus daar moeten we nog een hotelletje zoeken of zoiets.

Na nog een paar uur te hebben gereden komen we om 20.15 uur in Harwich. Op de hoek van de rotonde vlak voor de haven is een “Travel Inn” Eigenlijk hebben ze geen kamer meer. Er is echter een kamer waarvan het raam niet goed sluit en die dus niet geboekt is. De manager laat ons de kamer zien en wij vinden het prima. We zitten nog geen vijf minuten van de haven vandaan. Super toch!

 

Vanochtend, donderdag 10 augustus, gaan we terug naar Nederland. Door het terreuralarm worden de auto's die per ferry vertrekken extra goed gecontroleerd. Ook wij moeten achterklep openmaken en alles wordt nagekeken. Een dame van de beveiliging legt ons uit dat de beveiliging in hoogste staat van paraatheid is gebracht. Ze vraagt ons begrip en legt uit dat het voor onze eigen veiligheid is.

We vertrekken hooguit een kwartier later dan de bedoeling was met de Stena Line “Brittanica” richting Nederland.

De Brittanica is weer een heel ander soort boot dan de Jutlandica, Europe of de beide catamarans van Stena Line. Het is een groot schip met veel hutten. We mogen niet bovenop het zonnedek en dat betekent dat je alleen aan de beide zijkanten van het schip een klein stukje dek hebt om te zitten en rond te lopen.

Als we binnenkomen gaan we eerst lekker ontbijten, heerlijke croissants, bacon and eggs, vruchtensap en koffie. Later hebben we nog een lekkere lunch en om 16.15 uur zetten we weer voet op vaste bodem in Nederland.

We hebben afgesproken dat we de honden ophalen en daarna naar huis gaan. Einde vakantie, heel erg jammer, snif snif.